Een paar weken geleden zat ik bij een zaakvoerder van een verzekeringskantoor, ergens in de Kempen. Elf mensen in dienst, zijn vader is ermee begonnen, hij doet het nu twaalf jaar. We waren bezig met iets helemaal anders, iets over de planning van zijn schadedienst.
En dan zegt hij ineens, half lachend: “Weet je wat ik me laatst afvroeg? Wanneer heeft hier voor het laatst iemand tegen mij goed gedaan gezegd?”
Hij moest er zelf om lachen, en daarna werd het stil. Want hij wist het antwoord niet. Ik heb hem niet moeten helpen zoeken, hij was gewoon aan het rekenen en kwam nergens uit.
Boven jou staat niemand
Een medewerker heeft een leidinggevende. Een leidinggevende heeft een directeur. Een directeur heeft een raad van bestuur, of tenminste iemand aan wie hij verantwoording aflegt en die af en toe zegt dat het goed zit.
Een zaakvoerder van een kmo heeft dat niet.
Je klanten zeggen iets als er een probleem is. Je boekhouder komt in maart met de cijfers van vorig jaar en die zeggen iets over geld, niet over jou. Je bank belt als er iets fout loopt. Je partner ziet je moe thuiskomen en vraagt hoe het was, maar die kan niet beoordelen of je die week goed gewerkt hebt, want die zat er niet bij.
Je medewerkers zouden het kunnen zeggen. Alleen doen die dat niet, want jij bent degene die hun loon betaalt en zoiets zeggen tegen de baas voelt raar. Wie complimenten geeft aan zijn werkgever, denkt er meteen bij dat het overkomt als slijmen.
Dus valt het weg. Mensen vinden het wel, er bestaat alleen geen moment waarop ze het zeggen.
Wat je jezelf hebt aangeleerd
Het vervelende is dat je daar goed in geworden bent.
Je hebt jezelf aangeleerd dat je het niet nodig hebt. Dat het bij de job hoort. Dat je niet moet zeuren, want je hebt het zelf gekozen en je verdient er nog aan ook. Dat een volwassen mens zijn eigen bevestiging regelt.
Dat is trouwens exact hetzelfde verhaal dat je vroeger van je eigen baas hoorde, of van je vader in de zaak. En het klopt gedeeltelijk: je moet inderdaad niet elke week een schouderklopje krijgen om te kunnen functioneren.
Alleen zie ik wat er gebeurt bij mensen die het twaalf jaar volhouden.
Ze worden harder voor zichzelf. Ze zien alleen nog wat er misloopt, want dat is het enige wat een signaal geeft. Een goeie maand voelt als niets, een slechte maand voelt als bewijs. En ondertussen worden ze ook harder voor hun mensen, want als jij het zonder doet, waarom zou een ander het dan nodig hebben.
Zo plant het zich voort. De zaakvoerder die zelf nooit iets hoort, is bijna altijd ook de zaakvoerder die het zelf zelden zegt.
Wat er dan wel kan
Ik ga niet doen alsof er een oplossing bestaat die je in een halve dag regelt. Er komt geen leidinggevende boven jou, en dat wil je ook niet.
Wat ik wel zie werken bij de zaakvoerders die ik begeleid:
Iemand die niet in je zaak zit. Een collega-ondernemer, een klankbord, iemand van buiten. Om af en toe iets voor te leggen aan iemand die begrijpt wat het inhoudt en geen belang heeft bij je antwoord. Eén keer per maand een uur is al veel.
Zelf het gesprek beginnen bij je mensen. Als je aan je team vraagt wat volgens hen goed gaat in de zaak, krijg je informatie waar je niet zelf op zou komen. En je krijgt dan ook te horen wat ze van jou vinden, wat ze uit zichzelf nooit zouden zeggen. Het voelt ongemakkelijk om dat te vragen. Doe het toch.
Iets bijhouden. Dit klinkt als een tip uit een boekje, maar het werkt omdat je geheugen tegen je werkt. Wat mislukt, blijft hangen. Wat lukt, verdwijnt binnen de week. Een lijstje van wat er dit jaar gelukt is, is geen zelfhulp, het is gewoon een correctie op een geheugen dat systematisch één kant kiest.
De vraag die eronder ligt
Wat me in dat gesprek het meest bijbleef, was dat hij het zei terwijl we het over iets anders hadden. Het kwam er tussenuit, met een lach erbij zodat het niet zwaar zou worden. Hij zit al drie jaar met mij aan tafel en heeft er nooit eerder iets over gezegd.
Dat is het echte punt. Er komt een moment waarop je zelf niet meer weet of je het goed doet, want er is niemand meer die het je vertelt. En dan ga je het zelf invullen, en dat gaat meestal de verkeerde kant op.
Als je dit leest en je herkent het: het is geen zwakte om dat te willen. Het is de gewoonste zaak van de wereld, en jij bent daar niet van vrijgesteld omdat je toevallig bovenaan staat.
Wie is jouw klankbord?
Voor zaakvoerders die er alleen voor staan, doen we een klankbord: om de paar weken een gesprek met iemand die je zaak kent en er geen belang bij heeft.
Jan Jacobs & Wendy Stippelmans
Jan is organisatiecoach, directeur en heeft een Executive Master in Management.
Wendy kijkt naar mensen én naar processen als HR-specialist.
Samen runnen we de MENSENzaak en helpen we zaakvoerders en leidinggevenden die merken dat harder werken het antwoord niet meer is. We weten hoe het voelt om zelf te leiden in moeilijke omstandigheden. We spreken niet over het werkveld, we staan er middenin.
Lees wie we zijn en waarom we dit doen