Gisteren zat ik bij een klant aan de vergadertafel, ergens tussen Mechelen en Lier, met koffie die intussen koud stond. Hij is bedrijfsleider van een installatiebedrijf met achtentwintig mensen. Zijn vader is ermee begonnen, hij heeft het overgenomen, en er werken drie mensen uit de familie mee.
We waren al een uur bezig met iets wat op papier een planningsprobleem was. Toen zette hij zijn tas neer en zei hij: “Dat kan toch niet dat het in élk familiebedrijf zo’n gedoe is? Er zijn er duizenden in Vlaanderen. Als het overal zo liep, dan bleef er toch geen enkel van over?”
Dat is een goeie vraag. En hij heeft gelijk met het eerste deel: familiebedrijven houden wel degelijk stand. Ze bestaan al generaties, ze halen crisissen, ze doen vaak dingen die een gewone kmo niet kan. Er wordt gebleven als het moeilijk is.
Alleen bewijst dat niet dat het goed loopt. Het bewijst dat iemand het draagt.
Waar het echt over gaat
In een gewoon bedrijf heb je met elke collega één relatie. Je bent zijn baas, of zijn collega, of zijn klant. Als je hem aanspreekt over een order dat twee weken blijft liggen, gaat dat gesprek over dat order.
In een familiezaak heb je er twee. Je neef is magazijnier, en je neef is je neef. Spreek je de magazijnier aan, dan hoort de neef mee. En omgekeerd: wat je op de communie hebt gezegd, zit dinsdag mee aan tafel.
Daarom gaat het zelden over wie wat kan. De vraag is wie iets mag zeggen tegen wie, en die vraag staat nergens opgeschreven. Iedereen heeft er wel een antwoord op, en die antwoorden lopen uit elkaar.
Bij die klant zag je het meteen. Zijn broer is bedrijfsleider samen met hem. Zijn neef staat in het magazijn. Als de planning misloopt, gaat niemand naar de neef. Ze gaan naar de broer, die gaat naar de neef, en de neef hoort het van zijn nonkel in plaats van van zijn ploegverantwoordelijke. Die ploegverantwoordelijke, een gast van vierendertig die er acht jaar werkt, heeft ondertussen begrepen dat hij over dat magazijn beter zwijgt.
Zo verlies je twee dingen tegelijk. De neef krijgt zijn feedback via een omweg die naar familie ruikt. En de ploegverantwoordelijke leert dat hij geen mandaat heeft over een van zijn mensen.
De prijs staat niet in je boekhouding
Wat me in dat gesprek het meest bijbleef, ging niet over het werk.
“Op zondag zit ik daar nog mee”, zei hij. Zijn vrouw vraagt hem al twee jaar om over iets anders te beginnen. Op de verjaardag van zijn moeder heeft hij twee uur naast zijn neef gezeten en over de koers gepraat, terwijl ze allebei wisten waarover ze het niet hadden.
Dat is de echte factuur. Een gewone kmo verliest op zo’n dossier tijd en marge. Een familiezaak verliest daar bovenop de zondag, de kerstlunch en de babbel op het kerkhof.
En dat is meteen het antwoord op zijn vraag. Die duizenden familiebedrijven blijven bestaan omdat er altijd wel iemand is die inslikt. Iemand die denkt: ik ga daar nu niets van zeggen, het is toch familie. Blijven bestaan en met goesting ondernemen zijn twee verschillende dingen.
Wat er wel helpt
Ik ga hier geen familiecharter van vijftig bladzijden verkopen. Die bestaan, en ze liggen in veel bedrijven ongelezen in een kast. Wat ik zie werken, is kleiner.
Zet de rollen op papier. Vergeet de vakjes en de lijntjes van een organigram, en beantwoord de drie vragen waar het echt over gaat. Wie beslist wat. Wie stuurt wie aan. En wat gebeurt er als twee mensen het oneens zijn. Een halve bladzijde volstaat. Het moeilijke is niet het opschrijven, het moeilijke is dat je het samen moet uitspreken.
Maak één afspraak over waar het werkgesprek stopt. Bij die klant is het dit geworden: aan tafel op zondag praten we niet over de zaak. Komt het toch boven, dan zegt wie het hoort “dinsdag”, en dan is het weg. Dat klinkt kinderachtig. Het werkt omdat je niet meer hoeft te kiezen tussen ruzie maken en zwijgen. Er is een derde optie, en die duurt één woord.
Haal er iemand bij voor het gesprek dat geen van beiden kan leiden. Als jij het gesprek voert, ben je partij. Je neef weet dat, jij weet dat, en jullie zitten allebei je woorden te wegen in plaats van te praten. Iemand van buiten heeft geen enkele geschiedenis in dat gezin, en dat is precies wat het gesprek nodig heeft.
De vraag die de moeite is
De planning lossen ze zelf wel op. Ik heb hem daarom iets anders gevraagd: wie er in zijn zaak op dit moment eigenlijk iets mag zeggen tegen zijn neef.
Hij moest lachen en zei: “Zijn ma.”
Daar zijn we dinsdag mee verder gegaan.
Loopt het bij jou ook door elkaar?
Wij begeleiden de mensenkant van een familiebedrijf: de rolverdeling, de gesprekken die niemand graag begint, en de afspraken die maken dat je zondag weer van jou is.
Jan Jacobs & Wendy Stippelmans
Jan is organisatiecoach, directeur en heeft een Executive Master in Management.
Wendy kijkt naar mensen én naar processen als HR-specialist.
Samen runnen we de MENSENzaak en helpen we zaakvoerders en leidinggevenden die merken dat harder werken het antwoord niet meer is. We weten hoe het voelt om zelf te leiden in moeilijke omstandigheden. We spreken niet over het werkveld, we staan er middenin.
Lees wie we zijn en waarom we dit doen